Bevangen in vrijheid,Ad Verbrugge, VPRO Tegenlicht

VPRO’s Tegenlicht zond in 2004 de prachtige documentaire ” bevangen in vrijheid ” uit met Ad Verbrugge, als onderdeel van het drieluik “In het gareel”.

Op deze pagina van Tegenlicht staat een artikel hierover geschreven (helaas staat de documentaire niet meer online bij de VPRO, en ook bij Youtube is ie verwijderd).
Daarom verderop een samenvatting van de inhoud.

Gesprek met filosoof Ad Verbrugge
In Tegenlicht schetst Verbrugge aan de hand van beeldfragmenten, de stand van de Nederlandse (en Westerse) samenleving. Ad Verbrugge is universitair hoofddocent sociaal-culturele wijsbegeerte aan de Vrije Universiteit.

tegenlicht bevangen in vrijheid

Sociaal-cultureel filosoof Ad Verbrugge bepleit een fundamentele herbezinning op onze levenswijze. Want waar niets meer met moeite verkregen moet worden, is niets meer van waarde. Het wezen van de geïndividualiseerde samenleving verwoordt hij als volgt: “De wereld is er om door jou geconsumeerd te worden. We hebben een zeer op gemak en geneugten gebaseerde levenshouding. Het is belangrijk dat we inzicht krijgen in de individuele ontplooiing en zelfwording, want ons huidige concept van individualiteit en genot zal onze individualiteit te gronde richten”

Ad Verbrugge zal ingaan op vragen als: waar de verworvenheden van de individuele ontplooiing overgegaan zijn in nadelige effecten? Wat zijn de gevoelde nadelen? Waarom lijken juist nu de grenzen van de geïndividualiseerde samenleving in zicht? Hoe deze nadelige kanten van de verworven individualisering te keren?

Over de zogenaamde “schijnvrijheid” zegt hij hetvolgend:
‘Op den duur ontstaat een toestand waarin de gemeenschapszin geheel is gedesintegreerd en de mens zich niet meer wezenlijk gebonden voelt. Hij is ontworteld, asociaal en de medemens doet er niet toe of is er slechts om te worden gebruikt. Zinloos geweld is nu juist het geweld dat opkomt wanneer de schijnvrijheid van de individuele beleving als hoogste goed wordt beschouwd. Geweld dat in zijn zinloosheid de zinloosheid van de moderne samenleving zelf aanduidt.’

1 Inleiding: zijn wij vrij of zitten wij gevangen?
Het programma begint op de tonen van de openingsmuziek van de film The Matrix.
Ad Verbrugge: (AV). (…) Je kunt die film natuurlijk op verschillende manieren bekijken. Ik ben geneigd om het allegorisch, dus symbolisch te bekijken. (…) De film zegt iets over onze huidige samenleving. (…) De vraag die je (dan) zou kunnen stellen is: wat is nu precies de matrix of de gevangenschap die mee zou kunnen komen met het netwerk waar wij dan in zouden zitten, en hoe zouden wij dat netwerk dan moeten begrijpen?’
INT: ‘Waar wij in zitten?’
AV: ‘Waar wij in zitten! En dat is het thema dat ik hier eens wat verder uit zou willen diepen. En om dat iets helderder te krijgen is het – denk ik – zinnig om ons eens iets nader te bezinnen op zoiets als vrijheid.

2 Een negatief vrijheidsbegrip
‘Wat verstaan we eigenlijk onder vrijheid? Je zou kunnen zeggen dat in de loop van de geschiedenis dat vrijheidsbegrip steeds andere vormen aangenomen heeft’. Verbrugge zegt dan dat er volgens hem in de jaren 1960 iets is veranderd in de manier waarop wij vrijheid zijn gaan opvatten. Toen, in de jaren ’60 wilde men komaf maken met de verstikkende, perverterende manier waarop autoriteit werd gebruikt (1) . Vrijheid werd een vrij-zijn-van de beperkingen die aan het individu werden opgelegd. Men wilde de machtsstructuren van het traditionele gezin afbreken en aan het kind bijvoorbeeld – in de opvoeding – geen beperkingen meer opleggen. Het kind zou zich dan kunnen ontwikkelen zoals het zelf wil, zonder dat er iets in de weg werd gelegd.
(Beelden uit ‘De kresj’, een documentaire van Marije Meerman, over onder meer haar eigen anti-autoritaire opvoeding. De commentaarstem vertelt dat de kinderen geen enkele regel hoefden na te leven en dat zij zich volledig konden uitleven. Dat is ook goed te zien in het filmpje).
Verbrugge legt dan uit dat we in de jaren 60 wilden proberen om onze eigenzinnigheid de vrije hand te geven en dat we vooral onszelf wilden kunnen ontplooien. Hij zegt dat iedereen die gedachte aan zelfontplooiing zal herkennen. Maar wat is daar in de daaropvolgende decennia mee gebeurd, vraagt hij zich dan af. We hebben in ieder geval ‘vrijheid’ in een uitgesproken negatieve zin geïnterpreteerd. Vrijheid werd begrepen als een ‘niet-gebonden-zijn-door’, een ‘vrij-zijn-van’. Hij noemt dat een negatief vrijheidsbegrip.
De interviewer werpt op, dat wij dat niet als negatief ervaren, maar Verbrugge bedoelt het zo ook niet. Hij bedoelt dat vrijheid vanuit het ‘ik’ bekeken wordt, en vrijheid is dan, dat het niet gebonden is aan allerlei regels, maar dat je voluit je eigen weg mag gaan. Dat je dus niet belemmerd wordt door iets.

3 Een ander vrijheidsbegrip
Om dat duidelijk te maken, kan Verbrugge alleen maar een ander vrijheidsbegrip daartegenover plaatsen. Hij laat een stukje zien uit de documentaire ‘Het is een schone dag geweest’, van Jos De Putter. Daarin zien we hoe een boer – de vader van Jos – wordt geïnterviewd door zijn zoon. Boer De Putter wordt gevraagd naar zijn belangrijkste ervaringen van het afgelopen jaar. Hij vertelt dan over de overvloedige regen van de afgelopen tijd, en hoe die nattigheid het werk op de boerderij heeft bemoeilijkt. Maar zijn zoon Jos dringt aan: ‘Wat is er jou persoonlijk het meest bijgebleven van het afgelopen jaar? Boer De Putter moet daar heel lang over nadenken, want hij snapt die vraag eigenlijk niet zo goed. Hoezo, ‘persoonlijk’, vraagt hij na een lange tijd. Als je aan hem vraagt wat hij heeft meegemaakt, dan begint hij over de boerderij. In zekere zin vereenzelvigt de boer zich met dat bedrijf. Het reilen en zeilen van de boerderij is wat zijn leven betekent. Daar is niets meer ‘naast’.
Verbrugge legt dan uit, dat dat voor ons, moderne mensen, heel anders is. Wij leggen veel nadruk op het ‘persoonlijke beleven’. Voor ons is ons persoonlijke gevoel heel belangrijk, en het bestaat vrij los van hetgeen om ons heen gebeurt. Verbrugge noemt dit een solistisch zelfbeeld, waarbij een persoon als een individu wordt beschouwd.
Vergelijk je dat individualistische vrijheidsbegrip met boer De Putter, dan zie je verschil: de boer is ook wel gebonden aan zijn bedrijf en met name bijvoorbeeld het weer, en die binding is zelfs heel sterk. Verbrugge zegt dat dit leven in een bedding ligt, waarin juist de relaties met anderen en met de aarde bijvoorbeeld heel belangrijk zijn. In de moderne beleving is omgekeerd het idee dat we juist los willen staan van al die banden, om ongebonden vrij te zijn. In het nu volgende wordt dat idee ontmaskerd als een illusie.

4 Individualisme en de illusie van persoonlijke vrijheid
Om dat te illustreren laat Verbrugge beelden zien van een optreden van Faithless, en hij analyseert wat er daar gebeurt. De massa, het publiek, reageert enthousiast op de zanger, die zegt ‘This is my church. This is where I heal my hurts’. Het is duidelijk dat een groot optreden als dit aansluiting vindt bij wat veel mensen graag willen: ze willen goede muziek en de kick van een massa-event met veel sfeer. Maar wat voor een groepsvorming is dit? Het gaat om een uitlaatklep, je een keer helemaal laten gaan en daarmee de stress en de problemen even uit je hoofd kunnen zetten. Maar na afloop van het concert gaat iedereen weer gewoon naar de eigen woning en nadien kan je de CD nog eens opzetten en nog eens terugdenken aan het prachtige concert. Een groep is er niet gevormd. Het blijft bij een massa, van allemaal individuen.
Dat individualisme merk je ook al bij kinderen en jongeren. Verbrugge laat beelden zien van een gesprek tussen Jaap (17) en zijn ouders. Het gaat niet goed met de schoolresultaten van Jaap en zijn klasleraar, de heer Liefhebber, heeft daarover een bezorgde brief geschreven. Het opvallende aan het gesprek is, dat er aan de jongen geen eisen worden gesteld. Er worden geen verplichtingen opgelegd, maar er is een omstandig gesprek, waarin over het probleem gesproken en onderhandeld wordt. Dat gebeurt blijkbaar op voet van gelijkheid.
Op zich heeft die gelijke verhouding ook wel goede kanten, maar het gaat verder: kinderen worden op school ook benaderd vanuit hun ‘belangen’. In feite worden met die ‘belangen’ gewoon hun behoeften bedoeld. Het gaat dus om behoeften van dit moment en om behoeften die ook nu kunnen worden ingevuld. Het is dus vaak niet meer zo, dat er in de opvoeding en op school eisen worden gesteld voor een ontwikkeling of groei op langere termijn, maar om onmiddellijk in te lossen behoeften, die ook door het aanbod worden gedekt. De cola-automaat blijkt op school door de directeur als een essentieel onderdeel te worden beschouwd. Kinderen en jongeren worden eigenlijk behandeld alsof zij volwassen consumenten zijn, die eigenlijk niets meer hoeven te leren. De markt ontdekt hen als potentiële klanten en speelt in op hun behoeften. Die hoeven zich ook niet te ontwikkelen of te verfijnen. Je merkt dat alles – ook en met name op school – vooral ‘leuk’ en gemakkelijk moet zijn (2). Het mag niet te veel moeite kosten. Je kan jonge mensen op die ‘leuke’ manier niet echt veel leren, maar dat is blijkbaar niet zo erg.

5 De verdwazing van de onmiddellijke behoeftebevrediging als gevangenschap in de Matrix
Want precies hier komt de film The Matrix om de hoek kijken. Één van de betekenissen van het woord matrix is baarmoeder. In die zin is de titel ook heel knap gekozen, want het ongeboren kind wordt in de baarmoeder van buitenaf gevoed en van alle levensnoodzakelijke middelen voorzien. In een allegorische lezing van die film, zijn wij ons niet bewust van onze eigen gevangenschap, net zoals de mensen in The Matrix zich niet kunnen voorstellen dat zij in werkelijkheid niet vrij zijn.

Alles wordt ons toch ook aangeboden en alles wat we moeten doen is toehappen. Dat we daarmee de Matrix ook in leven houden, beseffen maar weinig mensen (3). De illusie van vrijheid bestaat er namelijk in, dat mensen de indruk hebben dat zij kunnen kiezen voor wat zij werkelijk willen. Het is de keuze tussen product A en product B (4). Het systeem slaagt er in de mensen te doen denken, dat zij die dingen nodig hebben, en dat hun geluk er van afhangt. Het individu is in werkelijkheid niet zo ‘los’ en onafhankelijk als het denkt te zijn (Vergelijk met de ongeboren baby). Er zijn natuurlijk wel sterke impulsen vanuit de buitenwereld. Zo is er de druk van de omgeving om ook een bepaalde mobiel of mp3-speler of die of die merkkleding te hebben (5). Mensen denken dat zij door het kopen van die dingen uitdrukking kunnen geven aan hun individualiteit, maar in werkelijkheid laten zij zich gewoon verleiden door de uitgekiende marketing-strategieën van gewiekste reclamemensen en zijn zij het slachtoffer van het mimetische verlangen.
Samenvattend kan je stellen dat Verbrugge het individualisme aanwijst als de onderliggende oorzaak van veel maatschappelijke problemen als vandalisme en zinloos geweld. Voor Verbrugge is onze cultuur ontspoord. We zijn de richting kwijt, omdat wij onze eigen belangen als uitgangspunt nemen. De markt speelt daar heel handig op in, door die illusie te voeden en onze verlangens verder uit te diepen. Wij trappen in de val te denken, dat het invullen van behoeften het doel is van ons leven. Die behoeften zijn in grote mate gecreëerd door de markt, die je allerlei producten wil slijten en door ons mimetische verlangen. Wellicht verbergen er zich onder die onmiddellijke behoeften wel dieperliggende verlangens. Voor de markt zijn die echter niet interessant, omdat het geen marktproducten zijn.
De meeste mensen doorprikken de leugenmachine van de Matrix nu en dan wel, maar de moed ontbreekt meestal om de eigen programmatie in vraag te stellen. Het deprogrammeren van onze eigen vooronderstellingen zou naast moed ook een enorme wilsinspanning vragen, omdat de macht van de Matrix ontzaglijk groot is. Heel weinig mensen durven het aan om het witte konijn te volgen. Volgens Verbrugge en anderen is dat wel nodig als we uit de klauwen van de machine willen ontsnappen.
——————————-
1 Hier moet je denken aan het traditionele gezin, waarin kinderen bijvoorbeeld meer dan nu dienden te gehoorzamen aan hun ouders en weinig inspraak hadden. In sommige reality-TV shows probeert men de sfeer van de jaren ’50 van de 20e eeuw weer op te wekken.
2 Dat merk je in de eigen klas misschien ook: het vraagt een zekere intellectuele inspanning om een hoogleraar in een uiteenzetting te volgen, ook al wordt het betoog doorspekt met een paar beeldfragmenten. Ook daar is de verdwazing van het louter passief consumeren van beeldmateriaal aantrekkelijker dan de inspanning die het vergt om mee te denken met de spreker en de inhoud op te nemen. Het is precies deze kritiekloze houding die onder kritiek wordt geplaatst en waarmee de bevangenheid in de matrix wordt bestendigd.
3 Hier stokt de analogie met het ongeboren kind wellicht: de moeder leeft immers niet van het kind.
4 Deze gedachte wordt op een andere manier ook ontwikkeld in Surplus.
5 Door het mimetische verlangen nemen wij van anderen de verlangens over, waarvan wij denken dat het onze meest persoonlijke wensen zijn.

bevangen in vrijheid

Meer uitspreken van Ad Verbrugge over vrijheid vind je op deze pagina.